ECLI:NL:RBZWB:2022:5514
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op niet in behandeling nemen WW-uitkering wegens onvoldoende informatie
Eiseres, sinds 1 mei 2008 in dienst bij een werkgever, vroeg op 14 februari 2021 een WW-uitkering aan. Het UWV nam de aanvraag niet in behandeling omdat eiseres onvoldoende bewijs leverde dat zij minder was gaan werken door coronamaatregelen. Hoewel zij salarisstroken overlegde, ontbraken stukken waaruit urenverlies en afspraken met de werkgever bleken.
Het UWV verzocht meerdere malen om aanvullende documenten, maar eiseres leverde deze niet aan. Volgens de rechtbank mocht het UWV de aanvraag op grond van de Awb buiten behandeling stellen. De rechtbank benadrukte dat het risico van niet kunnen werken door corona bij de werkgever ligt, die in dat geval recht heeft op loondoorbetaling of NOW-subsidie.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees proceskostenveroordeling af. Eiseres kan zich tot haar werkgever wenden voor meer informatie en eventueel hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de WW-aanvraag wordt ongegrond verklaard.