ECLI:NL:RBZWB:2022:5516
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 19 januari 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder had op grond van de wet zes maanden de tijd om te beslissen, met een mogelijke verlenging van zes maanden, waardoor de uiterste beslistermijn op 19 januari 2022 lag. Deze termijn is echter verstreken zonder besluit.
Eiseres heeft verweerder op 9 juni 2022 in gebreke gesteld, waarna zij binnen twee weken beroep kon instellen. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen. Verweerder vroeg om een langere termijn van dertien weken vanwege het grote aantal verzoeken en de complexiteit van de herbeoordelingen.
De rechtbank acht een termijn van tien weken na verzending van de uitspraak redelijk en wijst het verzoek tot verlenging met vertraging door eiseres af. Tevens legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 bij overschrijding van deze termijn. Verweerder moet het betaalde griffierecht en proceskosten van eiseres vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen tien weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.