ECLI:NL:RBZWB:2022:553
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep niet tijdig beslissen belastingaanslagen
Belanghebbende diende beroep in tegen het niet tijdig beslissen van de inspecteur op bezwaar tegen naheffingsaanslagen en navorderingsaanslagen over 2015, inclusief een boetebeschikking. De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk omdat belanghebbende de inspecteur niet schriftelijk in gebreke had gesteld.
Belanghebbende maakte hiertegen verzet, waarop de rechtbank oordeelde dat de eerdere uitspraak prematuur was omdat de termijn voor het aanleveren van stukken nog niet was verstreken. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk was.
De rechtbank verklaarde het verzet gegrond, liet de niet-ontvankelijkverklaring vervallen en besloot het onderzoek voort te zetten in de stand waarin het zich bevond. Er is geen hoger beroep mogelijk tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en het onderzoek naar de beroepen wordt voortgezet.