ECLI:NL:RBZWB:2022:557
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar omzetbelasting wegens termijnoverschrijding en onbevoegdheid rechtbank inzake ambtshalve teruggaaf
Belanghebbende diende een verzoek in tot suppletie omzetbelasting over 2015, behandeld als bezwaar tegen teruggaafbeschikkingen van de eerste tot en met vierde kwartaal 2015. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de wettelijke bezwaartermijn en weigerde ambtshalve teruggaaf vanwege overschrijding van de vijfjaarstermijn.
De rechtbank oordeelt dat de bezwaartermijn van zes weken niet is nageleefd, aangezien het bezwaarschrift pas op 9 maart 2021 werd ontvangen, ruim na de uiterste datum van 29 maart 2016. De door belanghebbende aangevoerde redenen, waaronder ziekte van de vorige adviseur en verzoek om menselijke maat, maken de termijnoverschrijding niet verschoonbaar. Het verzuim van de adviseur komt voor rekening van belanghebbende.
Ten aanzien van de ambtshalve teruggaafbeslissing stelt de rechtbank zich onbevoegd omdat deze beslissing op grond van artikel 65 van Pro de Algemene wet inzake Rijksbelastingen niet vatbaar is voor bezwaar en beroep bij de bestuursrechter. Rechtsmiddelen hiervoor zijn voorbehouden aan de civiele rechter.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond voor zover het betrekking heeft op het bezwaar en onbevoegd voor zover het betrekking heeft op de ambtshalve beslissing.
Uitkomst: Bezwaar tegen teruggaaf omzetbelasting is niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding; rechtbank is onbevoegd ten aanzien van ambtshalve teruggaafbeslissing.