ECLI:NL:RBZWB:2022:558
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar omzetbelasting wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende diende een verzoek tot suppletie omzetbelasting 2014 in, dat werd behandeld als bezwaar tegen teruggaafbeschikkingen over vier kwartalen in 2014. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de wettelijke bezwaartermijn en weigerde ambtshalve teruggaaf vanwege overschrijding van de vijfjaarstermijn.
De rechtbank oordeelt dat de bezwaartermijn van zes weken, die eindigde op 27 maart 2015, niet is nageleefd omdat het bezwaarschrift pas op 9 maart 2021 werd ontvangen. De door belanghebbende aangevoerde redenen, zoals ziekte van de vorige adviseur en verzoek om menselijke maat, maken de termijnoverschrijding niet verschoonbaar. Het verzuim van de adviseur komt voor rekening van belanghebbende.
De rechtbank is gebonden aan de dwingende wettelijke regels en verklaart het bezwaar terecht niet-ontvankelijk. Voor zover het beroep ziet op de ambtshalve teruggaafbeslissing, verklaart de rechtbank zich onbevoegd omdat deze beslissing niet voor bezwaar en beroep vatbaar is, en verwijst naar de civiele rechter.
De uitspraak is gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen en griffier P. van der Hoeven op 4 februari 2022 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de teruggaaf omzetbelasting is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.