ECLI:NL:RBZWB:2022:5598

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 september 2022
Publicatiedatum
28 september 2022
Zaaknummer
02-319493-21
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenvonnis heropening onderzoek wegens ontbrekend DNA-rapport in aanrandingszaak

Op 29 september 2022 heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant een tussenvonnis gewezen in een strafzaak tegen verdachte, die wordt verdacht van aanranding en schennis op 20 december 2020 te Vlissingen.

Tijdens de beraadslaging bleek dat het onderzoek ter terechtzitting niet volledig was. De verdediging stelde dat het DNA-rapport van het NFI onvolledig was omdat het ontbrekende rapport 'aanvraag 001' niet in het dossier zat, waardoor niet kon worden vastgesteld dat de onderzochte jas daadwerkelijk van het slachtoffer was. De officier van justitie stelde dat dit wel voldoende was aangetoond, maar erkende dat bij twijfel het onderzoek heropend moest worden.

De rechtbank oordeelde dat het ontbrekende rapport een relevante schakel in de bewijsketen betreft en gaf de officier van justitie opdracht dit rapport op te vragen en aan de rechtbank en verdediging te verstrekken. Indien het rapport niet beschikbaar is, moet een aanvullend proces-verbaal worden opgesteld. De zaak wordt voor onbepaalde tijd geschorst en het onderzoek heropend. Een nieuwe zitting wordt gepland na ontvangst van het ontbrekende bewijs.

De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan totdat het onderzoek is afgerond en het ontbrekende bewijs is beoordeeld.

Uitkomst: Onderzoek wordt heropend en geschorst wegens ontbrekend DNA-rapport; zaak wordt aangehouden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Middelburg
parketnummer: 02-319493-21
tussenvonnis van de meervoudige kamer van 29 september 2022
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1994 te [geboorteplaats]
wonende te [adres]
raadsman mr. M.J.F. Zoeteweij, advocaat te Vlissingen.

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 15 september 2022, waarbij de officier van justitie, mr. J.F.M. Kerkhofs, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 20 december 2020 te Vlissingen [slachtoffer] heeft aangerand (feit 1) en in tegenwoordigheid van die [slachtoffer] schennis heeft gepleegd (feit 2).

3.De voorvragen

De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vordering.
Er is geen reden tot schorsing van de vervolging.

4.De onvolledigheid van het onderzoek ter terechtzitting

Tijdens beraadslaging is gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest.
Door de verdediging is tijdens de behandeling van de zaak ter zitting verweer gevoerd met betrekking tot het forensisch bewijs. Door de verdediging is aangevoerd dat in het dossier stukken ontbreken waaruit de herkomst van de door het NFI onderzochte DNA-sporen blijkt. Er is, blijkens het in het procesdossier opgenomen NFI-rapport van 20 september 2021, weliswaar een jas onderzocht op DNA-sporen, maar uit dit rapport valt niet op te maken dat dit de jas van aangeefster is geweest. In dit rapport van het NFI wordt verwezen naar de eerder in deze zaak verkregen DNA-profielen, die zijn opgenomen in het deskundigenrapport ‘aanvraag 001’. Het rapport ‘aanvraag 001’ zit echter niet in het dossier. De raadsman stelt zich op het standpunt dat door deze onduidelijkheid de match met het DNA van verdachte, zoals blijkt uit het rapport van het NFI van 20 september 2021, niet gebruikt kan worden voor het bewijs. Aangezien aangeefster niet weet wie de dader was en uit de camerabeelden niet valt op te maken dat verdachte de dader was, zou dit tot vrijspraak moeten leiden.
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat uit het dossier voldoende blijkt dat de jas die door het NFI is onderzocht, de jas van aangeefster is geweest. Mocht de rechtbank van oordeel zijn dat een schakel in het bewijs ontbreekt, dan verzoekt zij de rechtbank om tijdens de beraadslaging te beslissen het onderzoek te heropenen.
De rechtbank is van oordeel dat voor de beoordeling of de feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden het forensisch bewijs van betekenis kan zijn. De rechtbank stelt vast dat uit het rapport van het NFI van 20 september 2021 met zaaknummer 2021.03.19.089 (aanvraag 002) niet valt op te maken dat de aangetroffen DNA-sporen die matchen met het DNA van verdachte, zijn aangetroffen op de jas van aangeefster. Wel wordt in het rapport meerdere malen verwezen naar de eerder verkregen DNA-mengprofielen, die zijn opgenomen in het rapport ‘aanvraag 001’. Dat rapport zit niet in het dossier, waardoor een relevante schakel in de bewijsketen met betrekking tot het DNA-onderzoek ontbreekt. Hetgeen door de verdediging ter zitting is aangevoerd, geeft dan ook aanleiding het onderzoek te heropenen, zodat het ontbrekende rapport alsnog bij het NFI kan worden opgevraagd.
De rechtbank geeft de officier van justitie daarom de opdracht om het ontbrekende rapport van het NFI, te weten ‘aanvraag 001’, zo spoedig mogelijk op te vragen bij het NFI en aan de rechtbank en de verdediging te verstrekken. Mocht dit rapport niet beschikbaar zijn dan draagt de rechtbank de officier van justitie op om een aanvullend proces-verbaal te verstrekken waarin wordt beschreven hoe het onderzoek aan de jas van aangeefster heeft plaatsgevonden en wat de bron is van de in het rapport ‘aanvraag 002’ genoemde DNA-profielen. De rechtbank zal de zaak hiertoe voor onbepaalde tijd aanhouden. De rechtbank geeft de officier van justitie de opdracht na het verstrekken van het rapport van het NFI ‘aanvraag 001’ of het voornoemde aanvullend proces-verbaal via de Verkeerstoren en in overleg met de raadsman zo spoedig mogelijk een nieuwe zitting te plannen.

5.De beslissing

De rechtbank:
- heropent het onderzoek;
- geeft de officier van justitie opdracht uitvoering te geven aan hetgeen in dit tussenvonnis is vermeld, te weten:
zo spoedig mogelijk het rapport van het NFI (‘aanvraag 001’) te verstrekken en indien dit rapport niet beschikbaar is, zo spoedig mogelijk een aanvullend proces-verbaal te verstrekken met daarin beschreven hoe het onderzoek aan de jas van aangeefster heeft plaatsgevonden en wat de bron is van de in het rapport ‘aanvraag 002’ genoemde DNA-profielen; en
na het verstrekken van het rapport van het NFI (‘aanvraag 001’) of het aanvullend proces-verbaal via de Verkeerstoren en in overleg met de raadsman zo spoedig mogelijk een nieuwe zitting te plannen;
- schorst het onderzoek en beveelt dat dat het onderzoek ter terechtzitting op een nader te bepalen datum zal worden hervat;
- beveelt de oproeping van verdachte en zijn raadsman tegen het tijdstip waarop het onderzoek ter terechtzitting zal worden hervat en beveelt dat de benadeelde partij van dit tijdstip in kennis wordt gesteld;
- houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit tussenvonnis is gewezen door mr. A.B. Scheltema Beduin, voorzitter, mr. J. Bergen en mr. P.T. Heblij, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H. Holtgrefe, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 29 september 2022.
Mr. Heblij is niet in de gelegenheid dit tussenvonnis mede te ondertekenen