ECLI:NL:RBZWB:2022:5609
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling UWV in proceskosten na gedeeltelijke tegemoetkoming in WIA-uitkeringsgeschil
Verzoekster stelde beroep in tegen het UWV-besluit van 12 augustus 2020 waarin haar arbeidsongeschiktheid voor de WIA werd vastgesteld op 44,34%. Het UWV wijzigde dit besluit op 12 november 2021 naar 46,99% arbeidsongeschiktheid, waarna verzoekster haar beroep introk met een verzoek tot veroordeling van het UWV in de proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat het UWV door de gedeeltelijke tegemoetkoming in het beroepschrift terecht veroordeeld kon worden in de proceskosten op grond van artikel 8:75a Awb. De reeds toegekende vergoeding van € 1.068,- in de bezwaarprocedure werd meegenomen in de beoordeling.
De vergoeding van deskundigenkosten werd vastgesteld aan de hand van het Besluit tarieven in strafzaken (Bts). De verzekeringsarts had een uurtarief gehanteerd dat boven het maximum lag, waardoor vergoeding werd gemaximeerd. De totale vergoeding voor deskundigenkosten, inclusief btw, bedroeg € 2.096,96. Samen met de proceskosten voor rechtsbijstand van € 1.518,- kwam het totaal op € 3.614,96.
De rechtbank veroordeelde het UWV tot betaling van dit bedrag aan verzoekster. Het griffierecht van € 48,- werd door het UWV reeds vergoed, zodat een afzonderlijke veroordeling daarvoor niet nodig was.
De uitspraak werd gedaan door rechter V.M. Schotanus op 27 september 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 3.614,96 aan proceskosten en deskundigenkosten aan verzoekster.