ECLI:NL:RBZWB:2022:5638
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 8 februari 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft niet binnen de wettelijke termijn van zes maanden, met een mogelijke verlenging van zes maanden, op deze aanvraag beslist. Eiseres heeft verweerder op 5 mei 2022 ingebreke gesteld, waarna het beroep is ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder niet tijdig heeft beslist. Verweerder heeft verzocht om een langere termijn van dertien weken voor het nemen van het besluit vanwege het grote aantal verzoeken en de benodigde zorgvuldige behandeling. De rechtbank vindt een termijn van acht weken na verzending van de uitspraak redelijk, mede omdat op 29 augustus 2022 een persoonlijk zaakbehandelaar aan het dossier is toegewezen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder moet het betaalde griffierecht van € 50,- aan eiseres vergoeden en wordt veroordeeld in de proceskosten van € 379,50. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn alsnog een besluit te nemen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen acht weken alsnog een besluit te nemen met een dwangsom bij overschrijding.