ECLI:NL:RBZWB:2022:5640
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 3 mei 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Belastingdienst/Toeslagen, heeft niet binnen de wettelijk gestelde termijn van zes maanden, met een eenmalige verlenging van zes maanden, op deze aanvraag beslist. De uiterste beslisdatum was 3 mei 2022, maar een besluit bleef uit.
Eiseres stelde verweerder op 6 mei 2022 in gebreke, waarna zij binnen twee weken beroep kon instellen. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen. De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog moet beslissen, met een redelijke termijn van negen weken vanwege de grote hoeveelheid verzoeken.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder moet het betaalde griffierecht van € 50,- aan eiseres vergoeden en wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 379,50. De rechtbank wijst een verzoek om een langere termijn dan negen weken en een verlenging van de termijn wegens vertraging door eiseres af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst op binnen negen weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom.