ECLI:NL:RBZWB:2022:5641
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiser heeft op 1 februari 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van zijn situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Belastingdienst/Toeslagen, heeft niet binnen de wettelijk gestelde termijn van zes maanden, met mogelijke verlenging van zes maanden, een besluit genomen. Hierdoor is de beslistermijn op 1 augustus 2021 verstreken.
Eiser heeft verweerder op 2 maart 2022 in gebreke gesteld, waarna het beroep werd ingesteld. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder niet tijdig heeft beslist. Verweerder heeft verzocht om een langere termijn van dertien weken vanwege de grote hoeveelheid verzoeken en de noodzaak tot zorgvuldige behandeling, maar de rechtbank acht een termijn van tien weken redelijk.
De rechtbank legt een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser. De rechtbank wijst het verzoek tot verlenging van de termijn met vertraging door eiser af vanwege onduidelijkheid en gebrek aan duidelijkheid voor partijen.
Uitkomst: Verweerder moet binnen tien weken alsnog een besluit nemen en betaalt een dwangsom bij overschrijding.