ECLI:NL:RBZWB:2022:5642
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 4 februari 2021 een verzoek ingediend tot herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder had uiterlijk op 4 augustus 2021 moeten beslissen, maar heeft dit niet tijdig gedaan. Eiseres stelde verweerder op 6 december 2021 in gebreke, waarna zij twee weken later beroep instelde wegens het uitblijven van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en vernietigt het niet tijdig nemen van het besluit. Verweerder wordt opgedragen binnen acht weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen. Verweerder had verzocht om een langere termijn van dertien weken vanwege het grote aantal verzoeken en de complexiteit van de herbeoordeling, maar de rechtbank acht acht weken redelijk.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100,- per dag op voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000,-. Verweerder moet tevens het door eiseres betaalde griffierecht vergoeden. De rechtbank wijst een verlenging van de termijn met vertraging door toedoen van eiseres af, omdat dit onduidelijkheid zou scheppen.
Uitkomst: Verweerder moet binnen acht weken alsnog beslissen en een dwangsom betalen bij overschrijding.