ECLI:NL:RBZWB:2022:568

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 februari 2022
Publicatiedatum
4 februari 2022
Zaaknummer
BRE-21_2098
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 8:54 AwbArt. 8:55 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van beroep wegens ontbreken schriftelijke machtiging en motivering

Belanghebbende heeft via een gemachtigde beroep ingesteld tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2017. De gemachtigde heeft echter nagelaten een schriftelijke machtiging te overleggen en het beroepschrift bevatte geen motivering, wat niet voldoet aan de vereisten van artikel 6:5 Awb Pro.

De rechtbank heeft de gemachtigde meerdere malen de gelegenheid gegeven om deze verzuimen binnen gestelde termijnen te herstellen, onder waarschuwing dat bij uitblijven van herstel het beroep niet-ontvankelijk verklaard kan worden. Ondanks ontvangst van deze aanmaningen zijn de verzuimen niet hersteld.

Gelet hierop verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk op grond van artikel 6:6 Awb Pro. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter S.A.J. Bastiaansen en griffier N. Plasman op 4 februari 2022.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van schriftelijke machtiging en motivering.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer
Locatie: Breda
Zaaknummer BRE 21/2098
uitspraak van 4 februari 2022
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

[Naam] , die heeft gesteld het beroepschrift te hebben ingediend namens,

[belanghebbende], wonende te [woonplaats] , [land],
belanghebbende,
en

de inspecteur van de Belastingdienst,

de inspecteur.

Motivering

[Naam] (hierna: de gemachtigde) heeft een beroepschrift ingediend betreffende de uitspraak op bezwaar van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 2017 met aanslagnummer [aanslagnummer] H.76.01.
Het beroepschrift voldoet niet aan wettelijke vereisten als bedoeld in artikel 6:5 van Pro de Awb. Ten eerste is bij het beroepschrift geen schriftelijke machtiging overgelegd. Dat had wel gemoeten, aangezien het beroepschrift niet mede-ondertekend is door de belastingplichtige en niet gebleken is dat de verzender van het beroepschrift advocaat is. Verder bevat het beroepschrift geen motivering (geen “gronden”). Het enkel bijvoegen van een kopie van de uitspraak op bezwaar geldt niet als een motivering. Dit betekent dat er sprake is van een verzuim als bedoeld in artikel 6:6 van Pro de Awb.
De griffier heeft de gemachtigde de kans gegeven deze verzuimen te herstellen binnen vier weken na de datum van verzending van die brief. Dit verzoek is herhaald bij aangetekende brief van 15 november 2021 met een laatste termijn van twee weken. Deze brieven bevatten de waarschuwing dat indien de verzuimen niet tijdig worden hersteld, de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren.
Volgens gegevens van Track&Trace van PostNL is de aangetekende brief afgeleverd op het door de gemachtigde opgegeven adres.
De gemachtigde heeft de verzuimen niet hersteld binnen de gestelde termijn en heeft de verzuimen nog altijd niet hersteld.
De rechtbank ziet onder deze omstandigheden aanleiding om het beroep kennelijk niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. S.A.J. Bastiaansen, rechter, in aanwezigheid van N. Plasman, griffier, op 4 februari 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de datum van verzending verzet worden gedaan bij de rechtbank (artikel 8:55 Awb Pro). De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.