ECLI:NL:RBZWB:2022:5693
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over niet tijdig beslissen op herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 8 februari 2021 een verzoek ingediend tot herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Belastingdienst/Toeslagen, heeft niet binnen de wettelijk gestelde termijn van zes maanden, met een mogelijke verlenging van zes maanden, op dit verzoek beslist. Eiseres stelde verweerder op 5 mei 2022 in gebreke, waarna zij op 10 mei 2022 de ingebrekestelling ontving. Na het verstrijken van de wettelijke termijn kon eiseres beroep instellen bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen. De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen tien weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Verweerder had verzocht om een langere termijn van dertien weken vanwege het grote aantal herbeoordelingen en de complexiteit van de procedure, maar de rechtbank acht tien weken redelijk.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag dat verweerder de beslistermijn overschrijdt. Ook stelt de rechtbank de reeds verbeurde dwangsom van €1.442,- vast. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres, die worden vastgesteld op €379,50.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst op binnen tien weken alsnog een besluit te nemen met oplegging van een dwangsom.