ECLI:NL:RBZWB:2022:5695
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over niet tijdig beslissen op aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 2 februari 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Belastingdienst/Toeslagen, heeft niet binnen de wettelijk gestelde termijn van zes maanden, met mogelijke verlenging van zes maanden, een besluit genomen. Eiseres stelde verweerder op 5 mei 2022 in gebreke, waarna zij op 10 mei 2022 de ingebrekestelling ontving. Na het verstrijken van twee weken zonder besluit stelde eiseres beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder niet tijdig heeft beslist. Hoewel verweerder om een termijnverlenging van dertien weken verzocht vanwege het grote aantal verzoeken en de noodzaak van zorgvuldige behandeling, acht de rechtbank een termijn van acht weken na verzending van het vonnis redelijk. Tevens wijst de rechtbank het verzoek af om de termijn te verlengen met vertraging veroorzaakt door eiseres.
De rechtbank legt een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000. Daarnaast stelt zij vast dat verweerder reeds het maximale bedrag van €1.442 aan dwangsommen heeft verbeurd. Verweerder wordt opgedragen binnen acht weken alsnog een besluit te nemen en moet het betaalde griffierecht en proceskosten van eiseres vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt de Belastingdienst/Toeslagen op binnen acht weken alsnog een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom.