De gecertificeerde instelling (GI) heeft een schriftelijke aanwijzing gegeven aan de ouders van twee minderjarige kinderen die onder toezicht zijn gesteld. De GI verzocht de kinderrechter deze aanwijzing te bekrachtigen en tevens een dwangsom op te leggen voor het geval de ouders de aanwijzing niet opvolgen.
Tijdens de mondelinge behandeling was alleen een vertegenwoordiger van de GI aanwezig; de ouders waren niet verschenen. De GI onderbouwde haar verzoek met het feit dat de ouders onvoldoende meewerken, onder meer door afspraken af te zeggen, niet open te staan voor huisbezoeken en het contact te beperken tot e-mail. Hierdoor wordt de uitvoering van de ondertoezichtstelling belemmerd.
De kinderrechter oordeelde dat de schriftelijke aanwijzing terecht is gegeven en bekrachtigde deze in het belang van de kinderen. Het verzoek tot oplegging van een dwangsom werd afgewezen omdat de GI geen concreet bedrag had voorgesteld en dit ook niet kon specificeren tijdens de behandeling. De kinderrechter mag niet zelfstandig een dwangsombedrag invullen.
De beslissing werd mondeling uitgesproken op 6 september 2022 en schriftelijk vastgesteld op 13 september 2022.