ECLI:NL:RBZWB:2022:5736
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskostenvergoeding wegens niet tijdig beslissen op aanvraag WIA-herbeoordeling
Verzoekster diende op 9 december 2021 een aanvraag in voor herbeoordeling van haar arbeidsgeschiktheid. Verweerder, het UWV, besloot op deze aanvraag pas op 15 juli 2022, wat volgens verzoekster niet tijdig was. Verzoekster stelde daarop beroep in bij de rechtbank, maar trok dit beroep later in met het verzoek om proceskostenvergoeding.
De rechtbank beoordeelde dat verweerder aan het beroep tegemoet was gekomen door alsnog te beslissen en dat er geen voorliggende bezwaarfase was. Op grond van artikel 8:75a van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op €379,50.
Daarnaast wees de rechtbank erop dat verweerder verplicht is het betaalde griffierecht van €50,- te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door rechter L.P. Hertsig op 4 oktober 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster van €379,50 wegens niet tijdig beslissen.