ECLI:NL:RBZWB:2022:5758
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning voor bijgebouw in strijd met bestemmingsplan
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda om een omgevingsvergunning te verlenen voor het realiseren van een vrijstaand bijgebouw op een perceel met de bestemming 'Wonen'. Het bijgebouw overschrijdt de maximale toegestane oppervlakte van vrijstaande bijgebouwen en is deels buiten het bouwvlak gesitueerd, hetgeen in strijd is met het bestemmingsplan.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld. Hierbij is overwogen dat het college de vergunning heeft verleend op basis van artikel 4, eerste lid, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht in samenhang met de Beleidsregels voor het afwijken van het bestemmingsplan. Verzoeker stelde dat het college ten onrechte een perceelsgedeelte met de enkelbestemming 'Groen' heeft meegerekend bij de oppervlaktebepaling en dat er sprake is van twee afwijkingen die samen de toegestane oppervlakte overschrijden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het begrip perceel in de Beleidsregels niet beperkt is tot het bouwperceel en dat het college redelijkerwijs heeft uitgegaan van het kadastrale perceel. Tevens is geoordeeld dat de overschrijding van het bouwvlak en de maximale oppervlakte niet cumulatief mogen worden geteld omdat het college met het vergunnen van het bijgebouw buiten het bouwvlak tevens de oppervlakteoverschrijding heeft opgeheven. Het verzoek om voorlopige voorziening is daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor het bijgebouw wordt afgewezen.