Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaken
2.De tenlasteleggingen
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
Sprang-Capelleaan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken knie en een gekneusde schouder heeft toegebracht door met kracht meermalen een autoportier tegen de benen van die [slachtoffer 1] dicht te gooien en/of dicht te drukken en vervolgens hardhandig die [slachtoffer 1] vast te pakken en die [slachtoffer 1] op de grond te gooien;
5.De strafbaarheid
6.Oplegging van een maatregel
7.De benadeelde partijen
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
verdachte niet strafbaar voor het bewezen verklaarde en ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging;
terbeschikkingstellingvan verdachte en stelt daarbij als
voorwaarden:
dadelijk uitvoerbaaris;
[slachtoffer 1]van
[slachtoffer 1](feit 1), € 7.638,89 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 15 oktober 2021 tot aan de dag der voldoening;
[naam 3]van
[naam 3](feit 1), € 2.176,41 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 15 oktober 2021 tot aan de dag der voldoening;
[verbalisant 1]van € 175,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 27 oktober 2021 tot aan de dag der voldoening;
[verbalisant 1](feit 3), € 175,00 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 27 oktober 2021 tot aan de dag der voldoening;
mr. J.P.E. Mullers, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. van Krevel, griffier, en is vervroegd uitgesproken ter openbare zitting op 6 oktober 2022.