ECLI:NL:RBZWB:2022:5827
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiseres was sinds 2015 arbeidsongeschikt vanwege huidklachten en later door een ongeval. In 2017 kende het UWV haar een WIA-uitkering toe vanwege volledige arbeidsongeschiktheid. In 2020 besloot het UWV de uitkering te beëindigen omdat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. De rechtbank beoordeelde het beroep tegen deze beëindiging.
De medische beoordeling door verzekeringsartsen, inclusief een hoorzitting, concludeerde dat eiseres beperkingen heeft maar niet volledig arbeidsongeschikt is. De klachten zijn beter onder controle en er is geen medische grondslag voor een urenbeperking. Eiseres stelde dat haar beperkingen werden onderschat, maar leverde geen nieuwe medische stukken aan. De rechtbank vond het medisch onderzoek zorgvuldig en zag geen reden een deskundige in te schakelen.
De arbeidsdeskundigen stelden dat eiseres geschikt is voor bepaalde functies, waarop de mate van arbeidsongeschiktheid van 9,03% werd vastgesteld. Omdat dit onder de 35% ligt, is de uitkering terecht beëindigd. Het beroep werd ongegrond verklaard, zonder toekenning van proceskostenvergoeding of griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering per 11 januari 2021 wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.