Belanghebbende is eigenaar van een vakantiewoning in de gemeente Schouwen-Duiveland en kreeg voor de jaren 2020 en 2021 aanslagen forensenbelasting opgelegd. Hij maakte hiertegen bezwaar, onder meer met het argument dat de woning door werkzaamheden niet verhuurbaar was en dat de belastingheffing onredelijk was vanwege de stijging.
De rechtbank oordeelt dat de woning als gemeubileerde woning ter beschikking staat en dat de tijdelijke beperkingen door COVID-19 de beschikbaarheid niet wezenlijk aantasten. De tariefstelling van de gemeente is binnen de wettelijke kaders en niet willekeurig of onredelijk, waarbij ook de waardestijging van de woning meespeelt.
Daarom zijn de aanslagen terecht opgelegd en blijft het beroep ongegrond. De uitspraak is gedaan door rechter Boersma op 7 oktober 2022 en partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.