Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde feit;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 25 januari 2022 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het dumpen van chemisch afval afkomstig van synthetische drugproductie in een oppervlaktewater te Roosendaal.
De officier van justitie en de verdediging waren het eens dat het dossier onvoldoende bewijs bevatte om verdachte te verbinden aan het tenlastegelegde feit. De rechtbank concludeerde dat er geen wettig en overtuigend bewijs was dat verdachte het afval daadwerkelijk had gedumpt of dat hij wetenschap of opzet had omtrent de dumping.
Op 8 februari 2022 sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastelegging. De rechtbank oordeelde dat de tenlastelegging niet bewezen kon worden geacht, mede omdat er geen vergunning was verleend voor het lozen van de stoffen, maar het ontbreken van bewijs voor betrokkenheid van verdachte leidde tot vrijspraak.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor het dumpen van chemisch afval in oppervlaktewater.