ECLI:NL:RBZWB:2022:5921
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 5 maart 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder, de Belastingdienst/Toeslagen, heeft niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van zes maanden, met een mogelijke verlenging van zes maanden, een besluit genomen. De uiterste beslisdatum was 5 maart 2022, maar verweerder heeft niet tijdig beslist.
Eiseres heeft verweerder op 7 maart 2022 in gebreke gesteld, waarna zij binnen twee weken beroep kon instellen. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen. Verweerder verzocht om een langere termijn van dertien weken vanwege een grote hoeveelheid verzoeken en de noodzaak van een zorgvuldige behandeling.
De rechtbank acht een termijn van tien weken na verzending van de uitspraak redelijk en wijst het verzoek tot verlenging met vertraging door eiseres af. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €15.000 bij overschrijding van deze termijn. Verweerder moet het betaalde griffierecht en proceskosten van eiseres vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen tien weken alsnog te beslissen, met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.