ECLI:NL:RBZWB:2022:5922
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 19 mei 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder had uiterlijk op 19 mei 2022 moeten beslissen, maar heeft dit niet gedaan. Eiseres stelde verweerder op 8 juli 2022 in gebreke, waarna zij binnen twee weken beroep kon instellen. De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder niet tijdig heeft beslist.
Verweerder verzocht om een langere termijn van dertien weken voor het nemen van een besluit vanwege het grote aantal verzoeken en de noodzaak van een zorgvuldige behandeling. De rechtbank acht een termijn van negen weken na verzending van de uitspraak redelijk, mede omdat op 19 september 2022 een persoonlijk zaakbehandelaar aan het dossier is toegewezen. De rechtbank wijst het verzoek van verweerder af om de termijn te verlengen met vertraging door toedoen van eiseres.
Daarnaast bepaalt de rechtbank dat verweerder een dwangsom van € 100,- per dag moet betalen voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder hoeft de dwangsom niet zelf vast te stellen, omdat hij dit reeds heeft gedaan. Verder wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 379,50.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen negen weken alsnog te beslissen met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.