ECLI:NL:RBZWB:2022:5923
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 19 april 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder had op grond van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen uiterlijk op 19 april 2022 moeten beslissen, na een eenmalige termijnverlenging. Omdat verweerder niet tijdig heeft beslist, heeft eiseres op 23 april 2022 een ingebrekestelling gestuurd, waarna zij binnen twee weken beroep kon instellen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen. De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen tien weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Verweerder had verzocht om een langere termijn van dertien weken wegens het grote aantal verzoeken en de benodigde zorgvuldige behandeling, maar de rechtbank acht tien weken redelijk.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 379,50. De rechtbank ziet geen aanleiding om de termijn te verlengen met vertraging door toedoen van eiseres.
Uitkomst: Verweerder moet binnen tien weken alsnog beslissen en betaalt een dwangsom bij overschrijding.