ECLI:NL:RBZWB:2022:5933
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Weigering Verklaring Omtrent het Gedrag voor wegvervoerondernemer wegens recidive en ernstige overtredingen
Eiseres, een wegvervoerondernemer, vroeg een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aan voor het verlengen van haar communautaire vergunning. De minister weigerde deze aanvraag op grond van meerdere justitiële gegevens over overtredingen binnen de terugkijktermijn, waaronder overtredingen van de Wet wegvervoer goederen, Arbeidsomstandighedenwet en Wegenverkeerswet.
De minister stelde dat de overtredingen, herhaald binnen de terugkijktermijn, een risico voor de samenleving vormen, met name voor verkeersveiligheid en bedrijfsvoering. Eiseres voerde aan dat de overtredingen relatief gering en niet ernstig waren, en dat zij geen invloed had op overbelading van zeecontainers, een van de overtredingen.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht ook de overtredingen van de Arbeidsomstandighedenwet mocht meewegen en dat het objectieve criterium voor weigering was vervuld. Het subjectieve criterium, waarbij het belang van eiseres tegen het belang van de samenleving wordt afgewogen, leidde niet tot toewijzing van de VOG vanwege het grote aantal ernstige overtredingen, het ontbreken van voldoende tijdsverloop en het reële risico op recidive.
Het beroep tegen het besluit van 17 februari 2021 was niet-ontvankelijk omdat dit besluit was ingetrokken. Het beroep tegen het besluit van 21 december 2021 werd ongegrond verklaard. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep tegen de weigering van de VOG ongegrond en veroordeelt de minister tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.