ECLI:NL:RBZWB:2022:5956
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering heropening beëindiging Ziektewet-uitkering
Eiser, werkzaam als bouwkundig inmeter, viel op 17 februari 2017 uit vanwege pijn- en stressklachten. Het UWV beëindigde zijn Ziektewet-uitkering per 29 september 2017 en kende hem vervolgens een WW-uitkering toe, die later ook werd beëindigd. Eiser stelde dat hij onterecht hersteld was verklaard omdat hij leed aan ME/CVS, een diagnose die in 2018 werd gesteld. Hij verzocht het UWV om terug te komen op het besluit tot beëindiging van zijn ZW-uitkering.
Het UWV wees dit verzoek af omdat er geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. De rechtbank toetste dit aan de hand van de relevante wetsartikelen en jurisprudentie, waaronder artikel 4:6 van Pro de Awb en uitspraken van de Centrale Raad van Beroep. De verzekeringsarts van het UWV had gerapporteerd dat de beperkingen destijds niet anders zouden zijn beoordeeld, ook als de diagnose ME/CVS toen bekend was geweest.
De rechtbank concludeerde dat eiser geen nieuwe medische informatie had aangeleverd die niet eerder kon worden overgelegd en dat de klachten en beperkingen destijds al waren meegewogen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding en het griffierecht werd niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering tot heropening van de beëindiging van de Ziektewet-uitkering wordt ongegrond verklaard.