ECLI:NL:RBZWB:2022:5962
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Karsten-Badal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vaststelling mate arbeidsongeschiktheid WIA-uitkering
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin zijn mate van arbeidsongeschiktheid per 1 oktober 2020 is vastgesteld op 46,20%, in plaats van de eerdere 44,93%. De rechtbank beoordeelt of deze vaststelling juist is aan de hand van medische rapporten en de functionele mogelijkhedenlijst (FML).
Uit de medische beoordeling door de primaire arts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep blijkt dat eiser een toename van klachten heeft, maar dat de beperkingen adequaat en zorgvuldig zijn vastgesteld. De rechtbank acht de beperkingen in de FML van 16 maart 2021 niet onderschat en wijst het beroep af. Ook de door eiser aangevoerde medische klachten en aanvullende verklaringen leiden niet tot een ander oordeel.
De arbeidsdeskundige heeft op basis van de FML passende functies geselecteerd die eiser kan verrichten, wat door de rechtbank wordt bevestigd. De berekening van de mate van arbeidsongeschiktheid op 46,20% is daarmee terecht. Eiser komt niet in aanmerking voor een IVA-uitkering omdat de mate van arbeidsongeschiktheid niet duurzaam en volledig is (minimaal 80%).
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst proceskostenvergoeding en griffierecht af. De uitspraak is gedaan door rechter Karsten-Badal op 12 oktober 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid van 46,20% wordt ongegrond verklaard.