Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
Procesverloop
Wat er aan deze procedure voorafging
Wat eiseres vindt
Waarover het gaat in deze zaak
Wat de rechtbank vindt
.De rechtbank vindt dat het UWV terecht heeft beslist dat eiseres op 9 oktober 2020 voor minder dan 35% arbeidsongeschikt is (en dus geen recht heeft op een WIA-uitkering). De rechtbank zal dat uitleggen.
De voorwaarden waaraan de rapporten moeten voldoen
.De verzekeringsarts bezwaar en beroep [naam verzekeringsarts] heeft in het rapport uiteengezet waarom de conclusie van de verzekeringsarts over de belastbaarheid van eiseres in stand kan blijven. Eiseres heeft op het spreekuur bij de verzekeringsarts aangegeven dat haar klachten in maart 2021 erger waren dan in oktober 2020 (de datum in geding). Kijkend naar de beschreven belastbaarheid door de verzekeringsarts dan is er rekening gehouden met zowel de verminderde psychische belastbaarheid als de verminderde belastbaarheid van de rug stelt de verzekeringsarts bezwaar en beroep [naam verzekeringsarts] . De ontvangen brief in bezwaar van 4MB leidt niet tot een andere conclusie van de psychische situatie op de datum in geding. De verzekeringsarts was ook op de hoogte van deze brief. Uit de brief blijkt niet dat er sprake is van ernstigere pathologie. Wel volgt hieruit dat mede door de omstandigheden haar klachten moeilijk behandelbaar zijn gebleken en daarom een intensievere aanpak noodzakelijk wordt geacht om gedragsverandering te kunnen bereiken. De rugklachten zijn ruim na de datum in geding verergerd. Ten tijde van het onderzoek door de verzekeringsarts, wat ook ruim na de datum in geding was, waren er geen belangrijke afwijkingen. De MRI-scan van bijna een jaar na de datum in geding kan dan ook geen aanleiding vormen voor wijzingen in de FML per 9 oktober 2020. Het ontbreekt volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep [naam verzekeringsarts] daarom aan objectief medische gronden om meer beperkingen per 9 oktober 2020 aan de orde te achten.
De conclusie van de rechtbank
Beslissing
.