ECLI:NL:RBZWB:2022:6006
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting Breda wegens onvoldoende betaling
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de gemeente Breda omdat hij stelde dat hij slechts stil stond om een passagier te laten instappen en dat hij vooraf parkeergeld had betaald.
De rechtbank oordeelde dat het betaalde parkeergeld slechts voldoende was voor 1 uur en 13 minuten, terwijl de controle plaatsvond na het verstrijken van deze periode. De auto stond stil op een parkeerplaats waar alleen tegen betaling geparkeerd mag worden, en stil staan om te wachten op een passagier geldt niet als onmiddellijk in- of uitstappen.
De rechtbank verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel omdat de aangehaalde situatie niet vergelijkbaar was. Tevens verklaarde de rechtbank zich onbevoegd ten aanzien van een Wob-verzoek en een klacht over de gemeente. Het beroep werd ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.