AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Ongegrondverklaring klaagschrift tegen strafvorderlijk beslag op kitespullen wegens recidive
Klager diende een klaagschrift in tegen het strafvorderlijk beslag op zijn kitespullen, die op 2 oktober 2021 in beslag zijn genomen op grond van artikel 94 SvPro. Hij stelde dat de spullen veel voor hem betekenen en dat kitesurfen hem hielp bij het stoppen met alcohol- en drugsgebruik, hoewel hij inmiddels teruggevallen is.
De raadkamer behandelde het klaagschrift op 12 januari 2022, waarbij klager niet aanwezig was en zijn raadsman niet was verschenen. De officier van justitie stelde dat het klaagschrift ongegrond moest worden verklaard vanwege het feit dat klager in een periode van vijf maanden drie keer was aangetroffen in een Natura 2000-gebied, waar kiten verboden is, wat duidt op stevige recidive.
De rechtbank overwoog dat het belang van strafvordering zich verzet tegen teruggave van de kitespullen, omdat het veiligstellen van bewijs en het voorkomen van wederrechtelijk gebruik noodzakelijk is. Gezien het recidiverisico en het ontbreken van informatie over de huidige situatie van klager, werd het klaagschrift ongegrond verklaard.
De beslissing werd op 26 januari 2022 uitgesproken door rechter J.P.M. Hopmans. Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag op de kitespullen is ongegrond verklaard en het beslag blijft gehandhaafd.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team strafrecht
Locatie Middelburg
parketnummer: 82-294133-20
rk-nummer: 012532-21
Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van:
[klager],
geboren op [geboortedag] 1989 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonadres] ,
hierna te noemen: klager.
1.De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 vanPro het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv), waaruit blijkt dat op 2 oktober 2021 onder klager in beslag is genomen:
een kiteboard;
een kitevlieger in rugzak;
een kitebar, besturing voor kitevlieger;
het klaagschrift, ingediend op 23 augustus 2021 ter griffie van deze rechtbank ingevolge artikel 552a Sv;
het verweerschrift van de officier van justitie; en
de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Het klaagschrift is behandeld in raadkamer op 12 januari 2022. Gehoord is de officier van justitie mr. I.M. Koopmans.
Klager is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.
De raadsman van klager, mr. W.B.M. Bos, is met bericht van kennisgeving niet aanwezig.
Het klaagschrift strekt tot opheffing van de gelegde beslagen met last tot teruggave aan de klager. Klager heeft daartoe aangevoerd dat de kitespullen veel voor hem betekenen. Het kitesurfen heeft min of meer gezorgd voor het stoppen van alcohol- en drugsgebruik. Inmiddels is hij hierin teruggevallen.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het klaagschrift ongegrond dient te worden verklaard. Klager is in een periode van vijf maanden drie keer aangetroffen in een Natura 2000-gebied, derhalve is sprake van stevige recidive. Klager is niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen en zodoende is niet duidelijk hoe het op dit moment met klager gaat.
2.De beoordeling
De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in het klaagschrift.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer naar aanleiding van een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv een summier karakter draagt. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevergd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 SvPro als volgt.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad sinds HR 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823, NJ 2010/654, r.o. 2.8 en 2.9, dient de rechter, in geval van een klaagschrift tegen een op grond van artikel 94 SvPro gelegd beslag:
a. te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo neen,
b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp te gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd.
In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard en kan, mits de hiervoor bedoelde ander zelf een klaagschrift heeft ingediend, de teruggave aan die rechthebbende worden gelast.
Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave indien het veiligstellen van de belangen waarvoor artikel 94 SvPro de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer de desbetreffende voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen. Voorts verzet het door artikel 94 SvPro beschermde belang van strafvordering zich tegen teruggave indien niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen, al dan niet naar aanleiding van een afzonderlijke vordering daartoe als bedoeld in artikel 36b, eerste lid onder 4o, Sr in verbinding met artikel 552f Sv.
De rechtbank is van oordeel dat gelet op het recidiverisico het belang van strafvordering zich verzet tegen teruggave van de kitespullen aan klager. Klager is in een korte periode meermalen aangetroffen in een gebied waar het verboden is te kiten. Door klager is in zijn klaagschrift aangevoerd dat de kitespullen veel voor hem betekenen maar desondanks is hij niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen. De rechtbank kan derhalve niet vaststellen hoe het op dit moment met klager gaat en of het recidiverisico kan worden ingeperkt.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het klaagschrift ongegrond verklaren.
3.De beslissing
De rechtbank verklaart het klaagschrift ongegrond.
Deze beslissing is op 26 januari 2022 gegeven door mr. J.P.M. Hopmans, rechter, in tegenwoordigheid van H.M. van Dijk, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 januari 2022.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing beroep in cassatieworden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).