ECLI:NL:RBZWB:2022:6055
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over niet tijdig beslissen op bezwaar Wajong-uitkering
Eiser stelde beroep in omdat verweerder niet tijdig had beslist op zijn bezwaar tegen een eerdere afwijzing van zijn Wajong-uitkering. Het bezwaar was ingediend op 7 januari 2022, met een beslistermijn die uiterlijk op 6 juli 2022 moest verlopen. Verweerder stelde de termijn eenmaal uit met zes weken, maar bleef daarna in gebreke. Eiser stelde verweerder op 15 juli 2022 in gebreke, waarna het beroep werd ingesteld.
De rechtbank oordeelde dat het beroep gegrond was omdat verweerder niet binnen de wettelijke termijn had beslist. Verweerder gaf aan dat door een tekort aan verzekeringsartsen een hoorzitting noodzakelijk was voor een zorgvuldige heroverweging, gepland in december 2022 of januari 2023, met een beslissing in het eerste kwartaal van 2023. De rechtbank vond deze termijn te ruim en stelde een uiterste beslistermijn vast op 13 februari 2023.
Daarnaast legde de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €15.000 voor elke dag overschrijding na deze termijn. Tevens stelde de rechtbank de reeds verbeurde dwangsom vast op €1.442 en bepaalde dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van €50 moest vergoeden. De rechtbank vernietigde het niet tijdig genomen besluit en droeg verweerder op alsnog tijdig een besluit te nemen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen twee weken een besluit te nemen, met oplegging van een dwangsom bij overschrijding.