ECLI:NL:RBZWB:2022:6125

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 oktober 2022
Publicatiedatum
21 oktober 2022
Zaaknummer
AWB- 22_3689
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:43 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet-tijdige betaling griffierecht bij tekstbordje standbeeld

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Tilburg, waarbij zijn bezwaar tegen het plaatsen van een toelichtend tekstbordje bij een standbeeld werd afgewezen. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:54 Awb Pro, omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk was.

De kern van het niet-ontvankelijk verklaren ligt in het niet tijdig betalen van het griffierecht van €184,-. De griffier heeft eiser twee keer schriftelijk in de gelegenheid gesteld om het griffierecht binnen vier weken te voldoen, eerst per gewone brief en daarna per aangetekende brief. Eiser heeft het griffierecht niet betaald en geen verontschuldiging voor dit verzuim gegeven.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter I.M. Josten en griffier B.C. van Sprundel-Thelosen op 20 oktober 2022 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige betaling van het griffierecht zonder verontschuldiging.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 22/3689

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 oktober 2022 in de zaak tussen

[naam eiser] , uit [plaatsnaam 1] , eiser

en

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft tegen de beslissing op bezwaar van verweerder van 14 juni 2022 (het bestreden besluit) beroep ingesteld. Bij dit besluit is eisers bezwaar tegen het besluit tot het plaatsen van een toelichtend tekstbordje bij het standbeeld van [naam standbeeld] in het [adres] te [plaatsnaam 2] niet-ontvankelijk verklaard.

Overwegingen

Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De rechtbank legt hierna uit waarom het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.
Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41 van Pro de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 184,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is.
De griffier heeft eerst bij gewone brief en vervolgens bij aangetekend verzonden brief van 26 augustus 2022 eiser in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van zowel de eerste brief als de tweede (aangetekende) brief.
Eiser heeft het griffierecht niet op tijd betaald.
Eiser heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van B.C. van Sprundel-Thelosen, griffier op 20 oktober 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is niet in de gelegenheid om deze uitspraak mede te ondertekenen.
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.