ECLI:NL:RBZWB:2022:6126
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep tegen ongeldigverklaring rijbewijs
Verzoeker had beroep ingesteld tegen het besluit van de algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen om zijn rijbewijs ongeldig te verklaren. Na het bestreden besluit waarin het bezwaar van verzoeker ongegrond werd verklaard, trok verweerder dit besluit in en verklaarde het bezwaar alsnog gegrond, waardoor verzoeker een nieuw rijbewijs kon aanvragen.
Naar aanleiding hiervan trok verzoeker het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten. De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld hierop te reageren, waarna verweerder zich conformeerde aan een kostenveroordeling.
De rechtbank oordeelt dat verweerder aan het beroep tegemoet is gekomen en dat de proceskostenveroordeling voor de bezwaarfase reeds is toegekend. De rechtbank veroordeelt verweerder daarom in de proceskosten van de beroepsfase, vastgesteld op €759,- voor rechtsbijstand. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat verweerder het griffierecht van €184,- moet vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de verweerder tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker voor de beroepsfase van €759,-.