ECLI:NL:RBZWB:2022:6130
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens niet betalen
Belanghebbende werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag parkeerbelasting nadat zijn auto op 7 augustus 2021 zonder betaling geparkeerd stond aan een adres in Breda. Hij betwistte de aanslag met het argument dat het voor hem niet duidelijk was dat hij parkeerbelasting verschuldigd was en dat hij minder dan 10 minuten parkeerde, wat volgens hem binnen de gratis parkeertijd viel.
De rechtbank stelde vast dat op de toegangswegen van de wijk duidelijke borden stonden die aangaven dat betaald parkeren van toepassing was en dat er meerdere verwijzingsborden naar parkeerautomaten aanwezig waren. Belanghebbende had de verplichting om zich voorafgaand aan het parkeren te informeren over het parkeerregime, wat hij onvoldoende had gedaan.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat het stilstaan van de auto, ook binnen de eerste 15 minuten, parkeerbelastingplichtig is en dat het niet aanmelden bij een parkeerautomaat niet wordt geaccepteerd. De stelling dat hij niet gehoord was in de bezwaarfase faalde omdat hij geen verzoek daartoe had ingediend.
De rechtbank benadrukte dat zij de redelijkheid van de wet niet mag toetsen en concludeerde dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Het beroep werd ongegrond verklaard en belanghebbende kreeg geen griffierecht of proceskosten vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.