ECLI:NL:RBZWB:2022:6133
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling betaling WW-uitkering vanaf 30 juli 2020 na late inkomstenopgave
Eiseres heeft een WW-uitkering aangevraagd en aanvankelijk recht gekregen vanaf 9 juni 2020, maar de uitbetaling werd pas vastgesteld vanaf 30 juli 2020 vanwege een late indiening van de inkomstenopgaven (IKO’s). Het UWV stelde dat uitkering niet wordt betaald over een periode die meer dan 26 weken voor de aanvraag ligt. Eiseres voerde aan dat zij een geldige reden had voor de late indiening en vorderde ook wettelijke rente en een vergoeding voor immateriële schade.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaar van eiseres zich richt op het besluit van 9 februari 2021, dat in rechte vaststaat omdat daartegen geen bezwaar is gemaakt. De rechtbank beoordeelt daarom alleen het bestreden besluit over de betaling vanaf 30 juli 2020. Omdat eiseres geen gronden heeft aangevoerd tegen de betaalbaarstelling vanaf die datum, blijft het bestreden besluit in stand.
De rechtbank wijst het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente en immateriële schade af, omdat deze niet voldoende zijn onderbouwd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.