ECLI:NL:RBZWB:2022:6154

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
26 januari 2022
Publicatiedatum
24 oktober 2022
Zaaknummer
015721-21
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 534 SvArt. 9a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning vergoeding reis- en verletkosten ex artikel 530 Sv na ontslag van rechtsvervolging

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 12 januari 2022 een verzoek ex artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering tot vergoeding van kosten gemaakt door de verzoeker in het kader van een strafzaak. De verzoeker had kosten gemaakt voor reizen en het bijwonen van de zitting, alsmede kosten voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift. De officier van justitie stond het verzoek integraal toe.

De rechtbank overwoog dat de zaak was geëindigd zonder strafoplegging en dat de verzoeker was ontslagen van alle rechtsvervolging. Op grond daarvan is de rechtbank bevoegd het verzoek te behandelen. Artikel 530 Sv Pro bepaalt dat vergoeding kan worden toegekend voor reis- en verblijfkosten, inkomstenderving en kosten van een raadsman, indien billijkheid dit vereist.

De rechtbank stelde vast dat de reiskosten en inkomstenderving voldoende waren onderbouwd en wees deze toe. Daarnaast werd een forfaitair bedrag toegekend voor de kosten van het verzoekschrift. De totale vergoeding bedraagt € 563,92. De beslissing werd op 26 januari 2022 uitgesproken door rechter Hopmans.

Uitkomst: Verzoek tot vergoeding van reis- en verletkosten wordt toegewezen tot een bedrag van € 563,92.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Middelburg
parketnummer: 02-006221-20
rk-nummer: 015721-21
Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering
Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv) ingekomen ter griffie op 14 oktober 2021, in de zaak:
[verzoeker],
geboren op [geboortedag] 1975 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
woonplaats kiezende ten kantore van mr. M.C. van der Want, advocaat te Middelburg, op het adres Houtkaai 7 te Middelburg.
Verzoeker is [verzoeker] voornoemd.

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 530 Sv Proten laste van de Staat voor een bedrag van:
  • € 223,92(€ 6,48 reiskosten en € 217,44 verletkosten), voor vergoeding van reis- en verletkosten;
  • te vermeerderen met de kosten met betrekking tot het opstellen en indienen van het verzoekschrift ad € 340,00 dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
  • het vonnis van de meervoudige kamer van 16 september 2021 waaruit blijkt dat verzoeker is ontslagen van alle rechtsvervolging;
  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie.
Op 12 januari 2022 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie, mr. G. Smid.
Verzoeker en de raadsman zijn behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.
Namens verzoeker is aangevoerd dat verzoeker door het bijwonen van de behandeling van de strafzaak reis- en verletkosten heeft moeten maken. Een vergoeding voor deze kosten is redelijk en billijk.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het verzoekschrift integraal kan worden toegewezen.

2.De beoordeling

De rechtbank overweegt als volgt.
De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel of met zodanige oplegging, doch op grond van een feit waarvoor voorlopige hechtenis niet is toegelaten en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, nu de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd, zou worden vervolgd of laatstelijk werd vervolgd.
Ingevolge artikel 530 Sv Pro wordt aan de gewezen verdachte een vergoeding toegekend in
de ten behoeve van het onderzoek en de behandeling van de zaak gemaakte reis- en verblijfkosten, en kan een vergoeding worden toegekend voor de schade welke hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling der zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden, alsmede, behoudens in het zich hier niet voordoende geval dat - kort gezegd - de raadsman was toegevoegd, in de kosten van een raadsman.
Ingevolge artikel 534, eerste en vierde lid, Sv vindt toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe, naar het oordeel van de rechtbank, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
De rechtbank is van oordeel dat de reiskosten en de inkomstenderving in verband met het bijwonen van de zitting, voldoende onderbouwd zijn. De rechtbank wijst de verzochte reiskosten ter hoogte van
€ 6,48en de verzochte vergoeding in verband met inkomstenderving ter hoogte van
€ 217,44toe.
Voor de kosten verbonden aan de indiening van het verzoekschrift wordt het forfaitaire bedrag van
€ 340,00toegekend.

3.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 563,92, bestaande uit:
- € 6,48 aan reiskosten;
- € 217,44 aan kosten in verband met inkomstenderving; en
- € 340,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
bepaalt dat een bedrag van
€ 563,92zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van Stichting Beheer Derdengelden DKW advocaten te Zierikzee , onder vermelding van “ [verzoeker] - [nummer] ”.
Deze beslissing is op 26 januari 2022 gegeven door mr. J.P.M. Hopmans, rechter, in tegenwoordigheid van H.M. van Dijk, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 januari 2022.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing ex artikel 530 Sv Pro kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van deze beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (artikel 535 lid 1 Sv Pro).