ECLI:NL:RBZWB:2022:6192

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
27 oktober 2022
Publicatiedatum
26 oktober 2022
Zaaknummer
AWB- 21_3600
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 SEEHArt. 4, eerste lid, SEEHArt. 7, eerste lid, onder a, SEEH
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing subsidieaanvraag energiebesparende maatregelen wegens onvoldoende isolatiewaarde nieuw materiaal

Eiser diende een aanvraag in voor subsidie op grond van de Subsidieregeling energiebesparing eigen huis (SEEH) voor extra dakisolatie en HR++-glas. De minister wees de aanvraag af omdat het nieuw aangebrachte isolatiemateriaal een Rd-waarde van 2,7 heeft, onvoldoende volgens artikel 4 van Pro de SEEH, en omdat er niet voldaan werd aan de eis van twee of meer energiebesparende maatregelen.

Eiser stelde dat de isolatiewaarde van het al aanwezige isolatiemateriaal bij de beoordeling moest worden meegerekend, omdat samen de waarde hoger is dan 3,5. De rechtbank oordeelde dat de regeling vereist dat het nieuw aangebrachte materiaal op zichzelf aan de minimale waarde voldoet. De toelichting en eerdere jurisprudentie ondersteunen deze uitleg niet anders.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het bestreden besluit. Omdat de dakisolatie niet voor subsidie in aanmerking komt, kan ook de subsidie voor HR++-glas niet worden toegekend. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de subsidieaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Bergen op Zoom
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 21/3600

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 oktober 2022 in de zaak tussen

[naam eiser] , uit [plaatsnaam] , eiser

(gemachtigde: mr. M.L. Santokhi),
en

de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (verweerder)

(gemachtigde: mr. E.J.H. Jansen).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor subsidie voor energiebesparende maatregelen aan zijn woning.
1.1.
De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 30 maart 2021 afgewezen. Met het bestreden besluit van 8 juli 2021 op het bezwaar van eiser is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 15 september 2022 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de minister.

Totstandkoming van het besluit

2. Eiser heeft op 12 november 2020 een aanvraag ingediend voor subsidie voor energiebesparende maatregelen aan zijn woning op grond van de Subsidieregeling energiebesparing eigen huis (SEEH) tot een bedrag van € 8.101,-. De energiebesparende maatregelen bestaan uit extra dakisolatie (240m²) en HR++-glas (17m²).
2.1.
Met het besluit van 30 maart 2021 heeft de minister eisers aanvraag afgewezen, omdat het isolatiemateriaal niet voldoet aan de vereiste Rd-waarde van minimaal 3,5, zodat er niet is voldaan aan artikel 4, eerste lid, van de SEEH. De subsidie voor het HR++-glas is afgewezen, omdat op grond van artikel 7, eerste lid, en onder a van de SEEH alleen subsidie wordt verstrekt voor het laten uitvoeren van twee of meer energiebesparende maatregelen. Daar voldoet eisers aanvraag niet aan.
2.2.
Eiser heeft bezwaar gemaakt en er daarbij onder meer op gewezen dat de nieuwe dakisolatie is aangebracht over de al aanwezige dakisolatie en dat de isolatiewaarde van de materialen samen hoger is dan de vereiste minimale Rd-waarde van 3,5.
2.3.
Bij het bestreden besluit is de minister gebleven bij de afwijzing van de aanvraag. Daarbij heeft de minister erop gewezen dat op grond van de SEEH de minimale isolatiewaarde van het toegevoegde materiaal 3,5 moet bedragen.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van eisers aanvraag door de minister. Zij doet dat onder meer aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden.
Naar het oordeel van de rechtbank is het beroep van eiser ongegrond
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
De voor de beoordeling van het beroep belangrijke wet- en regelgeving is te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
3.1.
Op grond van artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a van de SEEH kan de minister subsidie verstrekken voor het na 14 augustus 2019 door een bouwbedrijf laten uitvoeren van twee of meer energiebesparende maatregelen. Artikel 4, eerste lid, van de SEEH bepaalt dat dakisolatie een energiebesparende maatregel is, waarbij onder dakisolatie wordt verstaan het isoleren van het bestaande dak met isolatiemateriaal met een minimale waarde van 3,5.
3.2.
Partijen verschillen van mening over het antwoord op de vraag of bij het bepalen van de isolatiewaarde van 3,5, rekening gehouden mag worden met de waarde van het al aanwezige isolatiemateriaal. Niet in geschil is dat de isolatiewaarde van het al aanwezige materiaal, samen met het later aangebrachte isolatiemateriaal hoger is dan 3,5. Het later aangebrachte isolatiemateriaal heeft een waarde van 2,7 en voldoet op zichzelf bezien dan ook niet aan de waarde van 3,5.
3.3.
Ter onderbouwing van het standpunt dat de waarde van het al aanwezige isolatiemateriaal in aanmerking moet worden genomen heeft eiser erop gewezen dat uit de toelichting bij de SEEH [1] niet volgt dat het al aanwezige materiaal buiten beschouwing moet blijven. Dit volgt ook niet uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 10 oktober 2018 [2] . Volgens eiser horen de door hem getroffen maatregelen in het licht van het doel van de SEEH in aanmerking te komen voor subsidie. Het doel van de SEEH is -samengevat- het stimuleren van energiebesparende maatregelen om de klimaatdoelstellingen in de verschillende klimaatakkoorden te kunnen bereiken.
3.4.
Dat de SEEH tot doel heeft energiebesparing te stimuleren in bestaande koopwoningen in de particuliere sector [3] , laat onverlet dat pas subsidie kan worden verstrekt als aan de in de SEEH neergelegde voorwaarden is voldaan. Dakisolatie is gelet op artikel 4 van Pro de SEEH een energiebesparende maatregel, waarbij onder dakisolatie wordt verstaan het isoleren met isolatiemateriaal met een minimale waarde van 3,5. Anders dan eiser heeft gesteld, betekent dat naar het oordeel van de rechtbank niet dat subsidie reeds kan worden verstrekt als het eindresultaat een minimale waarde van 3,5 heeft. Met de minister is de rechtbank van oordeel dat uit artikel 4 van Pro de SEEH, gelezen in combinatie met artikel 7 van Pro de SEEH volgt dat subsidie enkel kan worden verstrekt wanneer het nieuwe, na 14 augustus 2019 aangebrachte isolatiemateriaal op zichzelf bezien een minimale waarde van 3,5 heeft. Dat in de toelichting bij de SEEH niet expliciet is vermeld dat de isolatiewaarde van het al aanwezige isolatiemateriaal buiten beschouwing moet worden gelaten, maakt dat niet anders. Ook de uitspraak van de Afdeling waarop eiser heeft gewezen, kan hem niet baten. In de situatie die in die uitspraak ter beoordeling voorlag was de waarde lager dan 3,5 ook wanneer het al aanwezige isolatiemateriaal in aanmerking werd genomen. De uitspraak behelst dan ook geen impliciet oordeel over de vraag bij het bepalen van de isolatiewaarde van 3,5 rekening gehouden mag worden met de waarde van het al aanwezige isolatiemateriaal.
3.5.
De minister heeft zich naar het oordeel van de rechtbank terecht op het standpunt gesteld dat bij het bepalen van de isolatiewaarde van 3,5 de waarde van het al aanwezige isolatiemateriaal buiten beschouwing moest worden gelaten. Omdat de isolatiewaarde van het door eiser na 14 augustus 2019 aangebrachte materiaal niet voldoet aan de minimale waarde van 3,5 heeft de minister zich op goede gronden op het standpunt gesteld dat de dakisolatie niet voor subsidieverstrekking in aanmerking komt.
3.6.
Eiser heeft niet weersproken dat wanneer de dakisolatie niet voor subsidie op grond van de SEEH in aanmerking komt, ook zijn aanvraag voor subsidie voor HR++-glas moet worden afgewezen, omdat in dat geval geen sprake is van twee of meer energiebesparende maatregelen.

Conclusie en gevolgen

4. Het beroep is ongegrond. Het bestreden besluit blijft in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.P. Hertsig, rechter, in aanwezigheid van
mr. H.D. Sebel, griffier, op 27 oktober 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Subsidieregeling energiebesparing eigen huis (SEEH)
Artikel 2 van Pro de SEEH bepaalt dat deze regeling tot doel heeft energiebesparing te stimuleren in bestaande koopwoningen in de particuliere sector alsmede in bestaande gebouwen van verenigingen van eigenaars, woonverenigingen en wooncoöperaties, waarvan een of meer leden eigenaar-bewoner zijn.
Artikel 4, eerste lid, van de SEEH bepaalt (voor zover nu relevant) dat energiebesparende maatregelen zijn: spouwmuurisolatie, gevelisolatie, dakisolatie, vloer- of bodemisolatie en hoogrendementsglas, waarbij wordt verstaan onder:
– (…)
– dakisolatie: het isoleren van het bestaande dak in de thermische schil of van de bestaande zolder- of vlieringvloer, indien de zolder of vliering onverwarmd is met isolatiemateriaal met een minimale Rd-waarde van 3,5 [m2K/W];
– hoogrendementsglas: het vervangen van glas in de thermische schil door HR++ glas, of door triple-glas in combinatie met het vervangen van het kozijn door een isolerend kozijn met een maximale U-waarde van 1,5 [W/m2K], al dan niet in combinatie met panelen;
– HR++ glas: glas met een maximale U-waarde van 1,2 [W/m2K];
Het derde lid bepaalt dat bij toepassing van artikel 7, eerste lid, onderdeel a, de minimale oppervlakten waarover energiebesparende maatregelen in twee onder een kap of half vrijstaande woningen worden uitgevoerd zijn voor:
c. dakisolatie: 38 m2;
e. hoogrendementsglas: 12 m2.
Artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a van de SEEH bepaalt dat de minister aan een eigenaar-bewoner ten behoeve van zijn woning subsidie kan verstrekken voor het na 14 augustus 2019 door een bouwbedrijf laten uitvoeren van twee of meer energiebesparende maatregelen over de gehele daarvoor in aanmerking komende oppervlakten van de woning of over ten minste de oppervlakten, genoemd in artikel 4, tweede, derde, vierde of vijfde lid;

Voetnoten

1.Stcr. 2019, nr. 43758
3.Artikel 2 van Pro de SEEH