ECLI:NL:RBZWB:2022:6198
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Weigering WIA-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk als productiemedewerkster
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar per 27 april 2021 geen WIA-uitkering toe te kennen, omdat zij volgens het UWV geschikt is voor haar eigen werk. De rechtbank heeft beoordeeld of deze geschiktheid juist is vastgesteld aan de hand van medische rapportages en arbeidsdeskundig onderzoek.
De medische beoordeling door verzekeringsartsen, inclusief dossieronderzoek en lichamelijk onderzoek, concludeerde dat eiseres beperkingen heeft maar geschikt is voor fysiek licht werk met bepaalde beperkingen in tempo en belasting. Eiseres betwistte de zorgvuldigheid van het onderzoek en de mate van beperkingen, maar kon dit niet onderbouwen met medische stukken. De rechtbank oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen adequaat waren vastgesteld.
De arbeidsdeskundigen hebben vastgesteld dat het eigen werk van eiseres als productiemedewerkster, dat voornamelijk licht inpakwerk betreft, binnen haar belastbaarheid valt. Eiseres stelde dat zij niet geschikt is omdat zij een rechte stoel gebruikt en het werk meer belastend is, maar de werkgever verklaarde dat er een draaistoel wordt gebruikt en dat het werk in een laag tempo wordt uitgevoerd zonder deadlines of productiepieken. De rechtbank vond het arbeidskundig onderzoek niet onzorgvuldig en achtte de functie passend.
Omdat eiseres geschikt wordt geacht voor haar eigen werk, is zij niet arbeidsongeschikt in de zin van de Wet WIA en heeft zij geen recht op een uitkering. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding of griffierecht terug.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de weigering van een WIA-uitkering is ongegrond verklaard omdat zij geschikt is voor haar eigen werk.