ECLI:NL:RBZWB:2022:620
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tegemoetkoming NOW-3 voor startende ondernemer zonder referentie-omzet
Eiser, een ondernemer die zijn bedrijf in januari 2020 heeft ingeschreven en vanaf juni 2020 omzet heeft gedraaid, vroeg een tegemoetkoming op grond van de NOW-3 regeling. De minister weigerde deze tegemoetkoming toe te kennen omdat eiser geen omzet had in de referentieperiode (tot 29 februari 2020), waardoor geen omzetverlies kon worden vastgesteld.
Eiser stelde dat hij ongelijk werd behandeld ten opzichte van oudere ondernemingen en dat zijn situatie bijzondere omstandigheden bevatte. De rechtbank oordeelde dat de regeling bewust startende ondernemers na 1 februari 2020 uitsluit vanwege het ontbreken van een volledige referentieperiode en dat deze politieke keuze niet door de rechter kan worden aangepast.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is omdat de NOW-3 regeling een generiek karakter heeft en geen maatwerk kan bieden. Het gelijkheidsbeginsel faalt omdat startende ondernemers per definitie niet gelijk zijn aan gevestigde ondernemingen. De rechtbank vond geen aanleiding om af te wijken van de regeling en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de weigering van de NOW-3 tegemoetkoming gehandhaafd.