AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Verzoekschrift schadevergoeding ex artikel 530 Sv niet-ontvankelijk verklaard
Verzoeker diende een verzoekschrift in op grond van artikel 530 vanPro het Wetboek van Strafvordering tot toekenning van een schadevergoeding van €90.027,36 voor kosten rechtsbijstand. De procedure vond plaats bij de raadkamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, waarbij de advocaat van verzoeker en de officier van justitie werden gehoord. Verzoeker zelf was niet aanwezig.
De rechtbank nam kennis van het feit dat verzoeker is vrijgesproken in de onderliggende strafzaak en dat de kosten waarover vergoeding werd gevraagd, reeds in een andere procedure van het bedrijf van verzoeker grotendeels waren toegewezen. Hierdoor heeft verzoeker zelf geen schade geleden.
Op basis hiervan oordeelde de rechtbank dat verzoeker geen belang meer heeft bij de behandeling van het verzoekschrift en verklaarde zij verzoeker niet-ontvankelijk. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek tot schadevergoeding ex artikel 530 Sv wegens gebrek aan belang.
Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats Breda
raadkamernummer : 22-005007
datum : 28 oktober 2022
Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 vanPro het Wetboek van Strafvordering
Beslissing op het verzoekschrift ex artikel 530 vanPro het Wetboek van Strafvordering (hierna te noemen: Sv) ingekomen ter griffie op 11 maart 2022, in de zaak:
[verzoeker]
geboren op [geboortedag] 1951 te [geboorteplaats]
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. J. van den Brink, advocaat te Barneveld
(Postbus 248, 3770 AE Barneveld)
hierna te noemen: de verzoeker.
1.De procedure
De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
het verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 SvProten laste van de Staat voor een bedrag van:
- € 90.027,36, € 90.027,36, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
het vonnis van de meervoudige kamer van 31 juli 20219 waarbij verzoeker is vrijgesproken;
de schriftelijke reactie van de officier van justitie.
Op 14 oktober 2022 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. S. Leeman en mr. J. van den Brink als gemachtigd advocaat van verzoeker gehoord.
Verzoeker is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.
De advocaat heeft in raadkamer aangevoerd dat het gehele verzochte bedrag dient te worden toegewezen in de verzoekschriftprocedure van [naam bedrijf verzoeker] [kenmerknummer] . Alle kosten zijn immers voor rekening van de B.V. gekomen en verzoeker heeft hierdoor geen schade geleden.
2.De beoordeling
De rechtbank overweegt als volgt. Gelet op de in raadkamer door de advocaat gegeven informatie is vast komen te staan dat verzoeker zelf geen schade heeft geleden. De verzochte kosten zijn in de verzoekschriftprocedure van [naam bedrijf verzoeker] . met [kenmerknummer] beoordeeld en grotendeels toegewezen. Verzoeker heeft daardoor geen belang meer bij de behandeling van het verzoekschrift. Om die reden verklaart de rechtbank verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek.
3.De beslissing
De rechtbank verklaart de verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek.
Deze beslissing is gegeven door de raadkamer,
mr. R.P. Broeders, voorzitter,
mr. J.C.A.M. Los en mr. R.J.H. de Brouwer, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J. van Eekelen, griffier,
en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2022
Mr. De Brouwer is niet in de gelegenheid deze beslissing mede te ondertekenen.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing ex artikel 530 SvPro kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van deze beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (artikel 535 lid 1 SvPro).