Partijen, ex-echtgenoten en slachtoffers van de toeslagenaffaire, zijn in geschil over de verdeling van een compensatiebedrag van €30.000 dat de man ontving voor de kinderopvangtoeslag. Het echtscheidingsconvenant bevatte bepalingen over het niet verrekenen van toeslagen na ondertekening en sancties bij verzwijging van gemeenschapsgoederen.
De vrouw vordert betaling van het volledige bedrag of ten minste de helft, stellende dat de man het bedrag niet tijdig heeft gemeld en dat het hier geen toeslag maar compensatie betreft, waardoor het convenant niet van toepassing is. De man voert verweer dat het bedrag onder het convenant valt en dat partijen bewust toekomstige toeslagen buiten verrekening hebben gehouden.
De rechtbank past het Haviltexcriterium toe om het convenant uit te leggen en concludeert dat partijen met artikel 5.5 bewust hebben afgezien van verrekening van toeslagen en nabetalingen na ondertekening. De compensatie betreft een toeslagenbeschikking en valt onder deze regeling. De vrouw kon redelijkerwijs niet anders verwachten dan dat het bedrag aan de man toekomt. Het beroep op onvoorziene omstandigheden wordt verworpen.
De vorderingen van de vrouw worden afgewezen en ieder draagt eigen proceskosten.