ECLI:NL:RBZWB:2022:6261
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift tegen DNA-afname bij minderjarige veroordeelde ongegrond verklaard
De veroordeelde, destijds minderjarig, was veroordeeld voor openlijke geweldpleging en stelde bezwaar in tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel op grond van artikel 7 Wet Pro DNA, met het argument dat dit disproportioneel zou zijn gezien zijn leeftijd, het lage recidiverisico en de aard van het misdrijf.
De officier van justitie voerde aan dat er geen uitzonderingssituatie is en dat ondanks de minderjarige leeftijd de taakstraf en risicofactoren zoals agressie wijzen op enig recidivegevaar. De rechtbank oordeelde dat het misdrijf voldoet aan de criteria voor DNA-afname en dat DNA-onderzoek relevant kan zijn voor opsporing en vervolging.
De rechtbank nam mee dat de minderjarige leeftijd alleen onvoldoende is voor een uitzondering en dat het korte tijdsverloop sinds de veroordeling onvoldoende is om het recidivegevaar als zeer gering te beschouwen. Gezien de omstandigheden is het bezwaar ongegrond verklaard en blijft de DNA-afname gehandhaafd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de afname van het DNA-profiel is ongegrond verklaard en de DNA-afname blijft gehandhaafd.