Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2022:6264

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
18 oktober 2022
Publicatiedatum
28 oktober 2022
Zaaknummer
C/02/371643 / FA RK 20-2199
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 RvArt. 1:20e lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot gerechtelijke vaststelling vaderschap na weigering DNA-onderzoek door man

De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde het verzoek van een vrouw tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van een man. De vrouw stelde dat zij enkel met deze man seksueel contact had gehad tijdens het conceptietijdvak van het kind. De man werd meerdere malen in de gelegenheid gesteld om verweer te voeren of mee te werken aan een DNA-onderzoek, maar hij verscheen niet bij zittingen en reageerde niet op oproepen.

Ondanks pogingen van de bijzondere curator en de Raad voor de Kinderbescherming om contact te leggen, ontkende de man het kind te kennen en weigerde hij medewerking aan het DNA-onderzoek. De rechtbank concludeerde dat de man voldoende gelegenheid had gekregen om zijn stelling te weerleggen, maar dit niet heeft gedaan. Hierdoor bleef de stelling van de vrouw dat de man de biologische vader is, onbeantwoord en werd het vaderschap vastgesteld.

Daarnaast veroordeelde de rechtbank de man tot betaling van de kosten van het DNA-onderzoek, ondanks dat het onderzoek niet kon plaatsvinden vanwege zijn weigering. De werkzaamheden van de bijzondere curator werden beëindigd nu het vaderschap was vastgesteld. De beschikking werd openbaar uitgesproken op 18 oktober 2022.

Uitkomst: De rechtbank stelt het vaderschap van de man vast en veroordeelt hem tot betaling van de DNA-kosten.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Zaaknummer: C/02/371643 / FA RK 20-2199
datum uitspraak: 18 oktober 2022
beschikking betreffende gerechtelijke vaststelling vaderschap
in de zaak van
[de vrouw] ,
hierna te noemen: de vrouw,
wonende te [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. J.J. Bronsveld te Bergen op Zoom,
tegen
[de man] ,
hierna te noemen: de man,
wonende te [woonplaats 2] .
-
mr. V.C. Serrarens, advocaat te Middelburg, in haar hoedanigheid van bijzondere curator over [de minderjarige] , geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] .
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
- de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Middelburg,
hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.

1.Het (verdere) procesverloop

1.1
De rechtbank oordeelt op grond van de navolgende stukken:
- de beschikking van deze rechtbank van 4 december 2020, met de daarin genoemde
stukken;
- de brief van Verilabs van 8 maart 2021;
- het door mr. Bronsveld op 12 april 2021 ingediende F9-formulier;
- het door mr. Serrarens op 12 april 2021 ingediende F9-formulier;
- het e-mailbericht van de Raad van 14 juli 2021;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 14 juli 2021;
- het op 15 november 2021 door mr. Bronsveld ingediende F9-formulier met bijlagen;
- de op 13 oktober 2022 ontvangen nota van Verilabs.
1.2
Het verzoek is nader mondeling behandeld op 25 augustus 2022. Bij die gelegenheid is verschenen de vrouw, bijgestaan door haar advocaat, alsook door [de tolk] als tolk in de taal Tigrinja. Tevens waren aanwezig de bijzondere curator en een vertegenwoordigster namens de Raad.
Alhoewel correct opgeroepen is de man niet verschenen.

2.De verdere beoordeling

Vaststelling vaderschap

2.1
Bij beschikking van 4 december 2020 is een DNA-onderzoek gelast ter beantwoording van de vraag of de man de biologische vader van [de minderjarige] is. Gebleken is echter dat de man niet heeft gereageerd op de berichten van Verilabs. Hij heeft hij geen contact gelegd met Verilabs voor het maken van een afspraak. Het DNA-materiaal van [de minderjarige] en de vrouw is wel afgenomen.
2.2
Op 14 juli 2022 is de zaak opnieuw behandeld tijdens een mondelinge behandeling. Evenals bij een eerdere mondelinge behandeling is de man niet verschenen. De behandeling van het verzoek van de vrouw is opnieuw aangehouden teneinde mr. Bronsveld de gelegenheid te bieden een procedure in kort geding te starten om alsnog medewerking van de man aan het DNA-onderzoek te bewerkstelligen. De Raad en de bijzondere curator hebben voorgesteld nogmaals pogingen te doen om in contact te treden met de man. Na afloop van die mondelinge behandeling heeft de Raad in een e-mail verwoord dat hij telefonisch contact heeft gelegd met het telefoonnummer zoals van de bijzondere curator verkregen, zijnde (volgens de bijzondere curator) het telefoonnummer van de man. De man, die de telefoon opnam, ontkende de vrouw te kennen en heeft herhaaldelijk gezegd geen kind te hebben. Toen gevraagd werd medewerking te verlenen aan het DNA-onderzoek verbrak de man de verbinding, aldus de Raad.
2.3
De rechtbank ziet zich thans voor de vraag gesteld of er voldoende aanleiding is om het verzoek van de vrouw toe te wijzen. Zij beantwoordt deze vraag bevestigend. De vrouw heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat zij enkel met de man seksueel contact heeft gehad tijdens het conceptietijdvak. De man is vervolgens meermaals in de gelegenheid gesteld de stelling van de vrouw te weerleggen, door te verschijnen in de procedure en verweer te voeren ofwel door medewerking te verlenen aan het DNA-onderzoek. De oproepingen voor de mondelinge behandelingen zijn de man aangetekend verstuurd aan het adres waarop hij staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen. De dagvaarding voor de procedure in kort geding is hem betekend aan datzelfde adres, bovendien is de dagvaarding vertaald in de moedertaal van de man zodat er geen twijfel kan bestaan of de inhoud door hem begrepen kan worden. Daarnaast heeft de bijzondere curator van de vrouw een telefoonnummer van de man gekregen. Zij heeft meermaals contact geprobeerd te leggen met hem en heeft uitleg gegeven over deze zaak. Haar eerste bericht lijkt te zijn ontvangen en gelezen, maar daarna lijkt de man de bijzondere curator te hebben geblokkeerd. Zijn profielfoto van Whatsapp is door de vrouw herkend als zijnde de man. Ook de Raad heeft de man op dit telefoonnummer benaderd en hem uitgelegd waar het in deze zaak over gaat. Al het voorgaande in overweging genomen komt de rechtbank tot de conclusie dat de man voldoende in de gelegenheid is gesteld om verweer te voeren. Ook heeft hij de kans gehad om mee te werken aan een DNA-onderzoek, dat duidelijkheid had kunnen verschaffen over het biologische vaderschap van de man. Hij heeft dit echter nagelaten. Dit maakt dat de stelling van de vrouw dat de man de biologische vader van [de minderjarige] is, onweersproken is gebleven. Aan de onweersproken stelling van de vrouw en de weigering van de man om zijn medewerking te verlenen aan een DNA-onderzoek verbindt de rechtbank dan ook de conclusie dat de man de verwekker is van [de minderjarige] . Het belang van het kind bij het vaststellen van het vaderschap is immers evident en nu de man zowel in deze procedure als in de procedure in kort geding niet is verschenen, kan geen te respecteren belang aan zijn kant worden meegewogen dat zwaarder weegt dan dat van het kind. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw tot vaststelling van het vaderschap van de man daarom toewijzen.
Kosten DNA-onderzoek
2.4
Hoewel er geen daadwerkelijk DNA-onderzoek heeft kunnen plaatsvinden doordat de man hier zijn medewerking niet aan heeft verleend, zijn er wel kosten gemaakt door Verilabs. Uit een nota van Verilabs van 13 oktober 2022 blijkt dat de totale kosten voor het afnemen van DNA-materiaal van [de minderjarige] en de vrouw € 110,00 bedragen.
2.5
Nu de man geen verweer heeft gevoerd en niet heeft willen meewerken aan een DNA-onderzoek, ziet de rechtbank aanleiding de kosten van de deskundige voor rekening van de man te laten komen.
Beëindiging werkzaamheden bijzondere curator
2.6
Uit de te nemen beslissing volgt dat vertegenwoordiging [de minderjarige] door de bijzondere curator in deze procedure niet meer nodig is. De rechtbank beschouwt de werkzaamheden van de bijzondere curator voor deze procedure daarom als beëindigd.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1
stelt vast [de man] , geboren op [geboortedatum 2] te [geboorteplaats 2] , de vader is van [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats 1] ;
3.2
verstaat dat de griffier – op grond van artikel 1:20e lid 1 BW – niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking – en indien daartegen geen hoger beroep is ingesteld – een afschrift van deze beschikking zal zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand.
3.3
veroordeelt de man tot betaling van de kosten van Verilabs ten bedrage van € 110,00, te voldoen aan de griffier nadat de man een nota van de rechtbank daarvoor heeft gekregen.
Deze beschikking is gegeven door mr. P.H.J. Slot, rechter, tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 18 oktober 2022 in tegenwoordigheid van mr. K.M.P. van Ginneke, griffier.
Mededeling van de griffier:
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het
gerechtshof ’s-Hertogenbosch.
verzonden op:

Voetnoten

1.In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvoering worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van het gerecht.