Veroordeelde is op 19 april 2021 veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf wegens diefstal met geweld gepleegd door meerdere personen. Tegen het bevel tot afname van DNA-materiaal heeft hij bezwaar gemaakt, stellende dat zijn persoonlijk belang zwaarder weegt dan het maatschappelijk belang bij opsporing.
Tijdens de raadkamerzitting op 21 maart 2022 is het bezwaarschrift behandeld. Veroordeelde is niet verschenen, maar zijn gemachtigde heeft zijn standpunten toegelicht. De officier van justitie heeft betoogd dat de aard van het misdrijf en het strafblad van veroordeelde zich verzetten tegen gegrondverklaring van het bezwaar.
De rechtbank overweegt dat de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden voorziet in een verplichting tot afname van celmateriaal, tenzij uitzonderlijke omstandigheden aannemelijk maken dat DNA-onderzoek niet van betekenis is. Veroordeelde heeft geen dergelijke uitzonderlijke omstandigheden gesteld die voldoen aan de strenge criteria uit de wetsgeschiedenis en jurisprudentie.
Daarom verklaart de rechtbank het bezwaarschrift ongegrond. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.