ECLI:NL:RBZWB:2022:6269
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank veroordeelt heffingsambtenaar tot proceskostenvergoeding parkeerbelasting
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de heffingsambtenaar van de gemeente Sluis. Na bezwaar werd de aanslag vernietigd, maar het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. Belanghebbende stelde beroep in tegen deze afwijzing.
De heffingsambtenaar stelde dat de naheffingsaanslag terecht was opgelegd omdat bij controle niet kon worden vastgesteld dat de parkeerbelasting was voldaan. Uit onderzoek bleek echter dat een technische storing in het betalingssysteem de oorzaak was, wat niet aan het bestuursorgaan te wijten was.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende wel degelijk aan zijn betalingsverplichting had voldaan en dat het bestuursorgaan onrechtmatig had gehandeld door de naheffingsaanslag op te leggen en te handhaven ondanks de storing. Daarom was er aanleiding om de proceskosten te vergoeden.
De rechtbank veroordeelde de heffingsambtenaar tot een proceskostenvergoeding van €514 en tot vergoeding van het griffierecht van €50. Het beroep werd kennelijk gegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van €514 aan proceskosten en het griffierecht van €50.