ECLI:NL:RBZWB:2022:6270
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep parkeerbelasting door heffingsambtenaar
Belanghebbende kreeg op 30 juni 2021 een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg. Het bezwaar van belanghebbende werd op 1 december 2021 ongegrond verklaard, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank. Op 29 april 2022 vernietigde de heffingsambtenaar de naheffingsaanslag, waarna belanghebbende het beroep introk en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank heeft de heffingsambtenaar in de gelegenheid gesteld te reageren, maar er kwam geen inhoudelijke reactie. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming door het bestuursorgaan proceskosten toewijzen.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar aan het beroep is tegemoetgekomen en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding toe. De proceskosten worden vastgesteld op €514,-, gebaseerd op punten toegekend voor het indienen van bezwaar en beroep, met een wegingsfactor van 0,5 vanwege het onderwerp parkeerbelasting. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het griffierecht van €50,- door verweerder moet worden vergoed.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van €514 aan proceskosten na intrekking van het beroep.