Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
- de dagvaarding d.d. 5 oktober 2022 met als bijlage 1 productie;
- de conclusie van antwoord met producties 1 t/m 10;
- de mondelinge behandeling op 13 oktober 2022.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Partijen zijn gescheiden en de voormalige echtelijke woning staat op naam van de man. De woning moet volgens een eerder vonnis en een bekrachtigd hoger beroep worden verkocht aan een derde. De man weigert echter zijn medewerking te verlenen aan de verkoop en levering.
De vrouw vordert in kort geding dat de man wordt verplicht mee te werken aan de verkoop en levering van de woning, onder meer door medewerking aan de makelaar en het verlenen van toegang tot de woning. De man voert verweer met onder meer een beroep op misbruik van bevoegdheid en stelt dat hij de woning wil behouden zolang hij de hypotheek niet kan herfinancieren.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vrouw een spoedeisend belang heeft bij haar vordering vanwege de onherroepelijke executoriale titel. Er zijn geen nieuwe feiten of omstandigheden die de executie kunnen schorsen. De man heeft onvoldoende onderbouwd dat hij de woning kan financieren en het voorstel tot herfinanciering is nog niet concreet of haalbaar.
Daarom wordt de vordering van de vrouw toegewezen en wordt de man veroordeeld tot volledige medewerking aan de verkoop en levering van de woning, inclusief het opvolgen van aanwijzingen van de makelaar en het verlenen van toegang tot de woning. De proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot medewerking aan de verkoop en levering van de voormalige echtelijke woning aan een derde.