ECLI:NL:RBZWB:2022:6306
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep wegens niet tijdig beslissen op aanvraag herbeoordeling kinderopvangtoeslag
Eiseres heeft op 4 februari 2021 een aanvraag ingediend voor herbeoordeling van haar situatie met betrekking tot de kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft niet binnen de wettelijke termijn van zes maanden, met een mogelijke verlenging van zes maanden, op deze aanvraag beslist. Eiseres stelde verweerder op 4 mei 2022 in gebreke, waarna zij binnen twee weken beroep kon instellen. De rechtbank verklaart het beroep gegrond omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen.
De rechtbank bepaalt dat verweerder binnen elf weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit moet nemen. Verweerder had verzocht om een langere termijn van dertien weken vanwege het grote aantal verzoeken en de noodzaak voor een zorgvuldige behandeling. De rechtbank acht elf weken redelijk en wijst het verzoek tot verlenging met vertraging door toedoen van eiseres af.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van € 100,- per dag bij overschrijding van de termijn, met een maximum van € 15.000,-. Verweerder wordt ook veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 379,50. De uitspraak is gedaan door rechter R.P. Broeders en openbaar gemaakt op 12 oktober 2022.
Uitkomst: Verweerder moet binnen elf weken alsnog beslissen op de aanvraag en betaalt een dwangsom bij overschrijding.