Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
[accountnaam 1]. Verdachte heeft dit ter zitting ontkend. In het dossier bevinden zich enkele processen-verbaal met daarin identificerende gegevens waarmee verdachte aan het account
[accountnaam 1]wordt gekoppeld. Zo gaat het over een garage in Steenbergen en het feit dat
[accountnaam 1]iedere keer naar Nederland mag vanwege het bedrijf. De identificatie heeft echter niet enkel plaatsgevonden door middel van het koppelen van, al dan niet algemene, data aan de persoon van verdachte. De identificatie is tevens verankerd door observaties. Zo wordt er op 15 mei 2020 tussen 11:59 en 12:22 gesproken tussen
[accountnaam 1]en
[accountnaam 2], waarvan [naam 1] heeft aangegeven dat hij dit is, over wat zij gaan eten. Het observatieteam ziet vervolgens om 13:01 dat verdachte, samen met [naam 1] , in een snackbar in Halsteren verbleef. Ook wordt er meerdere keren tussen hen gesproken over het gaan naar “ [naam 2] ’’. Verdachte is vervolgens kort daarna waargenomen met [naam 1] bij horecagelegenheid [horecazaak] . Verdachte heeft ook toegegeven hier meerdere keren te zijn geweest.
[accountnaam 1]en dat hij de zich in het dossier bevindende berichten met betrekking tot dit account heeft verstuurd en ontvangen.
5.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan de onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde feiten;