ECLI:NL:RBZWB:2022:6392

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
1 november 2022
Publicatiedatum
2 november 2022
Zaaknummer
AWB- 22_4474 VV
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbParticipatiewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking bijstandsuitkering wegens niet verstrekken gegevens

Verzoekster maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Breda om haar bijstandsuitkering in te trekken omdat zij geen geldige verblijfsvergunning had en niet de gevraagde bankafschriften en bewijsstukken over buitenlandse bezittingen had verstrekt.

Het college had de uitkering opgeschort en verzoekster meerdere malen in de gelegenheid gesteld de ontbrekende stukken in te leveren, maar zij leverde deze niet volledig aan. Verzoekster stelde dat zij niet beschikte over buitenlandse bankrekeningen en dat de genoemde rekening niet meer bestond, en dat het geld op die rekening bestemd was voor haar ex-partner.

De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen sprake was van een acute financiële noodsituatie die een voorlopige voorziening zou rechtvaardigen. Ook was niet gebleken dat het bestreden besluit evident onrechtmatig was. Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de intrekking van de bijstandsuitkering wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 22/4474 PW VV

uitspraak van 1 november 2022 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam verzoekster], te [woonplaats verzoekster], verzoekster,

gemachtigde: mr. S.E.C. Segeren-Krijnen,
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda, verweerder.

Procesverloop

Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 2 juni 2022 (bestreden besluit) van het college over de intrekking van haar bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Breda op 20 oktober 2022. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S.S. Hyder, mr. A. Mutsaers en mr. V.C.M. van der Linden.

Overwegingen

1.
Feiten
Verzoekster ontving een bijstandsuitkering voor de noodzakelijke kosten van levensonderhoud naar de norm voor een alleenstaande (ouder).
Het college heeft de betaling van verzoeksters uitkering per 9 maart 2022 opgeschort omdat zij geen geldige verblijfsvergunning meer had.
Uit onderzoek van het college (na een tip) is gebleken dat verzoekster vermoedelijk beschikt over onroerend goed in het buitenland ([buitenland]) en beschikt over buitenlandse bankrekeningen.
Bij brief van 25 februari 2022 heeft het college verzoekster verzocht om uiterlijk 1 mei 2022 bankafschriften van haar buitenlandse bankrekeningen in te leveren vanaf de datum van opening van de rekening tot en met heden, alsmede bankafschriften van haar Nederlandse bankrekeningen vanaf 1 januari 2022 tot en met heden. Verder heeft het college verzocht om bewijsstukken van actuele bezittingen, onroerend goed in binnen- en buitenland en een kopie van een geldig [thuisland] identiteitsbewijs. In deze brief is verzoekster gewaarschuwd dat zij er rekening mee moet houden dat de betaling van de uitkering kan worden opgeschort als zij de gevraagde gegevens niet volledig of niet tijdig inlevert. Verzoekster heeft geen gegevens ingeleverd.
Vervolgens heeft het college bij besluit van 3 mei 2022 verzoeksters uitkering opgeschort per 1 mei 2022 en haar in de gelegenheid gesteld het verzuim te herstellen door uiterlijk op 23 mei 2022 de gevraagde, ontbrekende stukken in te leveren. In dit besluit is verzoekster meegedeeld dat indien zij hieraan niet voldoet de uitkering kan worden beëindigd. Tegen dit besluit is geen rechtsmiddel aangewend.
Verzoekster heeft stukken ingeleverd, maar deze waren niet volledig.
Bij brief van 11 mei 2022 heeft het college verzoekster (nogmaals) in de gelegenheid gesteld het verzuim te herstellen door uiterlijk op 26 mei 2022 de gevraagde, ontbrekende stukken in te leveren. Expliciet is gevraagd naar alle bankafschriften van de bankrekening met nummer [rekeningnummer] van de [naam bank] in [land bank] vanaf datum opening tot beëindiging van de rekening, alsmede de nog ontbrekende bankafschriften van de [bankrekening] over de periode van 18 januari 2022 tot en met 16 februari 2022. Ook is in deze brief gevraagd een geldige verblijfs-vergunning in te leveren.
Bij het bestreden besluit heeft het college verzoeksters uitkering per 9 maart 2022 ingetrokken omdat zij niet heeft gereageerd om voor 26 mei 2022 de gevraagde gegevens toe te sturen.
2.
Het verzoek
Verzoekster stelt dat zij door de beëindiging van de uitkering niet kan voorzien in de noodzakelijke kosten van levensonderhoud. Verzoekster wijst erop dat zij op dit moment geen inkomsten heeft, behalve toeslagen en kinderbijslag waardoor zij niet meer in staat is om in de primaire levensbehoeften van haar en haar kinderen te voorzien en niet meer in staat is de vaste lasten te blijven betalen. Er is inmiddels een huurachterstand ontstaan, alsmede andere schulden. Verzoekster voert aan dat zij niet beschikt over buitenlandse bankrekeningen. De door het college genoemde bankrekening bij de [naam bank] met nummer [rekeningnummer] bestaat niet meer. Ter onderbouwing hiervan heeft verzoekster een printscreen overgelegd van een terugboeking van deze bank met de mededeling dat deze rekening niet meer bestaat. Verzoekster voert verder aan dat zij nooit de beschikking heeft gehad over het geld dat in 2014 op deze rekening is gestort omdat dit bestemd was voor haar ex-partner [naam ex-partner]. Ten onrechte blijft het college vragen naar deze bankrekening. Eiseres wijst er verder op dat [naam ex-partner] de melding bij het college heeft gedaan dat zij zou beschikken over buitenlandse bankrekeningen en onroerend goed in [thuisland]. Verzoekster stelt dat hier niets van waar is.
Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht het bestreden besluit te schorsen en haar bijstandsuitkering weer uit te betalen.
3.
Overwegingen van de voorzieningenrechter
Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
Bij een financieel geschil, zoals in deze zaak, is dat niet snel het geval. Als er geen onomkeerbare situatie dreigt, bijvoorbeeld faillissement, of acute financiële nood is, neemt de voorzieningenrechter aan dat spoedeisend belang ontbreekt, zodat zij alleen al daarom geen voorlopige voorziening treft.
De voorzieningenrechter overweegt dat verzoekster sinds 9 maart 2022 geen bijstands-uitkering meer ontvangt. Verzoekster heeft vanaf deze datum kunnen voorzien in haar levensonderhoud door middel van toeslagen, kinderbijslag en leningen van familie en kennissen. Verzoekster heeft geen stukken in het geding gebracht met betrekking tot haar actuele financiële situatie. Niet is gebleken dat er sprake zou zijn een dreigende huisuitzetting of afsluiting van gas- en elektra. Van een acute financiële noodsituatie is niet gebleken, zodat er geen spoedeisend belang is bij het treffen van een voorlopige voorziening.
Verder is de voorzieningenrechter op basis van de beschikbare gegevens niet gebleken dat het bestreden besluit evident onrechtmatig is.
4. Uit het voorgaande volgt dat het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 1 november 2022 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is niet in de gelegenheid om deze uitspraak mede te ondertekenen.
voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.